Gedichtenbundel Anne
Van wie ben jij?
Door:

Categorie: Gedichten
Geplaatst op 5 februari 2018 | Bijgewerkt: 5 februari 2018 om 15:47 uur.
Woorden: 111 | Leestijd: circa 1 min.



10 reacties

  1. Mooi in elkaar gedicht, Anne.

    Toch een vraag. Hoewel ik de intentie van je conclusie begrijp, vraag ik me af of het trekken van juist die conclusie niet net zo goed door Paulus bedoeld werd: waarom schreef hij in 1 Corinthiërs 1:12-13 volgens jou: „En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos; en ik van Cefas; en ik van Christus. Is Christus gedeeld?”

     

  2. Nee, hij zou de conclusie op zich waarschijnlijk niet verwerpen, dat ben ik zeker met je eens.
    Er zijn tenslotte genoeg tekstplaatsen te vinden waar hij over zijn persoonlijke relatie tot Christus schrijft.

    Toch vind ik het een interessante vraag, waarom dat "…en ik van Christus” in deze opsomming staat als een exacte gelijke aan de eerder aangehaalde — op mij, en aan jouw gedicht te oordelen ook op jou als afwijzend overkomende — uitspraken, met direct daarop de vraag: „Is Christus gedeeld?”

    Dat zou een retorische vraag kunnen zijn — het aangenomen antwoord lijkt mij "nee" te luiden. Maar die vraag had Paulus even goed kunnen stellen als hij het „…en ik van Christus” daar niet had aangehaald. Dat intrigeert mij: waarom schreef hij dat daar wèl?

    Hij had toch net zo goed kunnen schrijven: „Zeg dan liever: ‘Ik ben van Christus’!” — maar dat doet hij niet. Sterker nog: hij telt die uitspraak *hier* met de andere voorbeelden…

    Het is op dit moment mijn vermoeden dat de conclusie van jouw gedicht, hoewel op zich niet verkeerd, in dit voorbeeld en deze context door Paulus als op zijn minst enigszins onwenselijk naar voren wordt gebracht.

    Zijn vraag zou een hint kunnen bevatten in de richting van zijn eigenlijke bedoeling met dit tekstgedeelte…

  3. „Is Christus gedeeld?”

    Ik zou me ook voor kunnen stellen dat hij dat wellicht schrijft omdat de anderen ook menen van Christus te zijn. Alsof Christus dus voor een deel van Paulus, voor een deel van Cefas en voor een deel van Apollos zou zijn. Maar dat zijn zomaar wat gedachten van mij.

    Wat mijn gedicht betreft: dat is niet speciaal gebaseerd op  1 Corinthiërs 1:12-13, al lijkt dat misschien wel zo. (Waarbij ik overigens ook niet geloof dat Paulus z'n brief in 16 stukjes geschreven heeft )

    #enigszins onwenselijk  -> die gedachte deel ik niet. Zou hier normaal gesproken best wat verder over door willen bomen, maar heb daar momenteel helaas geen puf voor… 

  4. Dankjewel!

    Overigens kwam ik bij Da Costa ongeveer dezelfde gedachte tegen. (En daar kwam ik pas achter na mijn reactie van woensdag, dus dat is geen gedachten-plagiaat )

    "Eindelijk waren er ook sommigen in de gemeente die zich naar geen menselijke namen wilden noemen, maar in tegenstelling daarvan, Christus zelf tot een partijnaam kozen. Doch de naam des Heeren is geen partijnaam, maar is de enige naam naar welke de gemeente genoemd mag worden, zoals dan ook te Antiochië de naam van Nazareners in die van Christenen is overgegaan. De apostel stelt dit duidelijk in het licht, door te vragen:
    Is Christus gedeeld? Is het mogelijk dat de gemeente, welke Christus alleen toebehoort, in vier stukken gedeeld kan worden, waarvan Hem een vierde deel wordt toegekend? In dit geval is Christus niet meer het Hoofd der gemeente, dat enkel als eenheid kan gedacht worden."

 

Geef een reactie