Door:

Categorie:
Geplaatst op 20 april 2017 | Bijgewerkt: 21 april 2017 om 11:55 uur.
Woorden: 542 | Leestijd: circa 3 min.

Vroeg in de ochtend van de volgende dag reed opnieuw een boodschapper van de stadhouder naar de poort. De poortwachter knikte de jongeman vragend toe. Heel even leek de ruiter van zijn stuk te zijn toen hij naast de poortwachter een tweede persoon zag staan in het imponerende uniform van de Wacht van de Citadel. Hij herstelde zich echter snel. Met opgeheven hoofd gaf hij foutloos het gevraagde wachtwoord, zonder de twee mannen daarbij recht in de ogen te kijken. Hierna salueerde hij kort met de hand tegen de helm en gaf zijn paard de sporen. De poortwachter schudde het hoofd toen hij het galopperende paard nakeek. “Ze sturen ze steeds jonger op pad”, mompelde hij tegen het Hoofd van de Wacht van de Citadel naast hem. “Die daar had nog amper baardgroei. Maar ik kan het ze niet kwalijk nemen. Er komt een dag dat er alleen nog jongens en oude mannen in de stad zijn om het zwaard op te nemen.”
“Mijn zoon Bergil kan niet wachten”, antwoordde de ander. Hij keek even in de richting van de stad. “De beste jongen ziet alleen maar eer en spanning, maar begrijpt niet echt hoe we ervoor staan. Ik hoop en bid dat hij zijn avonturen na zal kunnen vertellen. Maar ik vrees dat er een moment komt dat hij spijt krijgt van zijn bravoure en zou wensen dat hij bij zijn moeder was.”
De poortwachter knikte.
“Weet jij trouwens wie dat daarnet was? Ik herkende de ruiter zo snel niet.”
“Ik ook niet”, schudde de ander zijn hoofd. “Als ik me niet vergis, was het het paard van Hirgon. Maar die is zelf gisteren al vertrokken met een boodschap richting Dol Amroth. Die zal zeker nog niet terug zijn.”
“Ik meende dat hij zijn eigen paard alleen gebruikt voor de jacht. Maar goed, Heer Denethor zal alle beschikbare middelen willen gebruiken, in deze tijden. Zoveel paarden heeft Gondor niet, en met zoveel boodschappers nog op pad, had hij waarschijnlijk geen keus.”
De beide mannen haalden hun schouders op.
“Ik ga weer terug naar boven naar mijn post,” zei het Hoofd van de Wacht.
De poortwachter groette hem met een kort handgebaar. “Doe dat, Beregond. We zien elkaar nog wel.”

Bij de noordelijke poort in de Rammas Echor viel de gezant uit Minas Tirith minder op. Het was hier een drukte van belang: een groep mannen was bezig de bressen in de muur te herstellen en de ogen van de wacht waren vooral op het gevaar buiten de muren gericht. Een eenzame krijger was zojuist te paard vanuit het noordoosten gekomen met een boodschap voor Heer Denethor. De man wilde niets over zijn opdracht zeggen, maar de wachters en de werkers hadden het grote, in leer gewikkelde voorwerp in zijn hand al snel gezien. Het kon niet anders dan dat de andere helft van de hoorn van Gondor was gevonden. De ruiter die vanuit de veilige vlakte van de Pelennor kwam, werd in de commotie alleen om het juiste wachtwoord gevraagd. Toen hij dat bleek te kunnen geven, opende men de poort in de muur voor hem zonder verder te vragen. Zich geheel onbewust van de slechte tijding die onderweg naar de stadhouder was, reed de jonge boodschapper zo snel mogelijk verder.



9 reacties

  1. Dat vàst, ja. 

    Toch zou het misschien mijn milde voorkeur wegdragen om — zeker binnen dezelfde wereld; dezelfde geschiedenis; dezelfde tijd — Beara een àndere creatieve ontsnappingsmethode te laten uitdokteren. Maar dat is slechts mijn persoonlijke insteek weer. Laat je daardoor niet steken: jij schrijft, ik volg vol interesse. 

  2. Ja, weer gelezen!
    Jammer dat ik niet verder kan lezen…

    Mooi gedaan weer! Al blijf ik wel een beetje moeite houden met al die geologische namen. Maar dat zal hoogstwaarschijnlijk te wijten zijn aan mijn ontbrekende kennis van het origineel en aan mijn niet optimaal ontwikkelde topografische gevoelens. 

    Maar ik blijf benieuwd hoe het verdergaat!

  3. Dank je!! En ja, ik kan me wel voorstellen dat het lastig is als de context mist, maar ik ben blij dat je meeleest 🙂

    En Quizzy: weet je, pas na lang nadenken bedacht ik dat jij op Eowyn doelde. Ik had haar eigenlijk helemaal niet in gedachten bij deze post. In mijn ogen was die link er niet direct zeg maar, al zie ik zeker gelijkenis. Maar we zullen zien hoe het verdergaat 😉

    Ik merk wel dat het lastig is, soms. Mijn originele verhaal stamt uit de tijd dat ik net met schrijven begon. Het klopt van geen kanten met het werkelijke verhaal waardoor ik nu heel vaak dingen bij moet schaven. In de originele versie ging Beara gewoon de poort uit naar het bos omdat ze zich verstikt voelde in de stad, maar met de dreigende oorlog zou dat nu niet zomaar mogelijk zijn. Bovendien ging ze niet zomaar naar een bos, maar naar Ithiliën waarvan ik later pas ontdekte dat daar helemaal geen gewone mensen meer kwamen (al tientallen jaren niet) en dat ze daarvoor de rivier ook nog eens over moest, wat alleen in Osgiliath kon voor zover zij weet en daar is de weg over het water strengt bewaakt. En zo zijn er wel meer factoren die mij nu hoofdbrekens bezorgen, haha. Maar ik vind het een mooi verhaal en blijf gewoon doorgaan.  Maar dan wel op een manier die klopt bij de oorsprong van het verhaal!

 

Geef een reactie