Door:

Categorie:
Geplaatst op 14 mei 2017 | Bijgewerkt: 16 juni 2017 om 23:35 uur.
Woorden: 2005 | Leestijd: circa 9 min.

Pas toen ze een paar honderd meter voorbij de muur was, durfde Beara de teugels van haar paard iets te vieren.
“Braaf zo, Fyra, braaf”, fluisterde ze het donkerbruine dier toe. Haar hart had daarnet zo hard gebonkt dat ze bang was dat anderen het zouden horen. Maar alles was soepel verlopen, veel eenvoudiger dan ze had gevreesd. Op het eerste gezicht leek niemand nattigheid te voelen en de wachtwoorden die ze uit haar hoofd had geleerd, waren correct geweest. Toch handig dat ik mijn oren goed open had tijdens het beraad van de legeraanvoerders… Rustig galopperend nu, hield ze de Grote Westelijke Weg nog een poosje aan. Links van haar doemde het Grijze Woud al op. Het was maar klein in vergelijking tot het grote Druédain Bos dat daarachter lag en dat ze ook al meende te kunnen onderscheiden. Ze rilde even. Druédain Bos was niet alleen groter, het was ook duisterder.
“Daar komen wij niet”, had haar vader ooit stellig gezegd. Wat er precies aan de hand was met dat bos, wilde hij niet vertellen, maar ze had hem met Heer Boromir weleens horen praten over een vreemd volk dat zich daar schuilhield. Om die reden zette haar vader altijd zo snel mogelijk buiten de stad koers naar het westen. Maar Beara wist dat ze vanaf de grote muur mogelijk nog in de gaten gehouden werd. De vlakte was hier wijds en overzichtelijk en ze konden haar met het blote oog lang volgen. Ze moest een stuk verder door dan normaal. Dan kon ze alsnog linksaf slaan en het woud vanaf het noordoosten benaderen, op zoek naar haar bekende plekje. Daar zou ze voorlopig veilig zijn, daar kon ze in alle rust op adem komen. En wat dan? Het stemmetje in haar hoofd was niet te negeren. Ja, wat dan? Waar moest ze dan heen? Ze schudde het plotselinge nare gevoel van zich af. Eerst naar het Woud, daar zou ze verder zien. Daar kende ze ieder paadje, ieder bosje en iedere open plek. Daar was de jachthut, waar ze met haar vader vaak was geweest. Daar was ze veilig en dan kwam de rest ook wel.

Na een tijdje rijden wist Beara zeker dat ze haar vanaf de Rammas Echor niet meer zien konden. Er diende zich echter een nieuw probleem aan: voor haar uit torende de heuvel waarop de wachtpost en het baken van Amon Dîn waren geplaatst. Ook die mannen zouden waakzaam zijn. Wat zouden zij doen, als ze haar van de doorgaande weg af zouden zien wijken? Ze hadden haar waarschijnlijk al in het oog. Zouden ze iemand op zoek laten gaan of hadden ze daar niet voldoende manschappen voor? Voor de zekerheid reed ze net zo lang door tot de heuvel zelf zorgde dat ze van bovenaf niet meer te zien was. Ze was nu dichtbij de noordelijke grens van het Grijze Woud en dichterbij het Druédain Bos dan ze ooit was geweest. Dichterbij dan ze had gewild…
Nu dan! Nog eenmaal keek ze goed om zich heen. Toen gaf ze Fyra de sporen en galoppeerde zo snel ze kon naar de rand van het Grijze Woud. Eenmaal in de beschutting van de eerste bomen ging ze over tot een rustig drafje, tot ze zeker wist dat ze vanaf de vlakte niet meer te zien zou zijn.
“Goed zo, Fyra”, fluisterde ze. “Hooo maar nu. Je mag rustig aan doen.” Fyra ging tot stap over, schudde haar hoofd en hinnikte even, alsof ze blij was in het bos te zijn. Ook Beara merkte dat de verandering van omgeving haar direct goed deed. Langzaam nam de spanning in haar lichaam af. Dit was háár bos, hier was ze zo vaak geweest met haar vader en Boromir, ook al was dit hier het voor haar wat onbekendere noordelijke deel. Ze liet Fyra halthouden en keek verlangend om zich heen. Juist nu, aan het begin van de lente, was het hier sprookjesachtig. De bomen waren deels nog kaal, maar overal rook je, voelde je, proefde je zelfs het nieuwe leven. Ze ademde diep in en uit, keek nog een laatste keer goed om zich heen en sprong toen van de sterke paardenrug af. Eerst moest die helm weg, ze wilde de wind door haar haren kunnen voelen en haar bezwete gezicht laten afkoelen. Ze gooide het zware geval achteloos in een hoop droge bladeren. Uit haar zadeltas pakte ze de waterzak waar ze gretig uit dronk. Een klein handje water gebruikte ze om ze haar warme gezicht te bevochtigen.
“Dat is beter”, verzuchtte ze hardop. De waterzak pakte ze weer zorgvuldig in. Met een lang touw bond ze Fyra vervolgens vast aan een boomtak, waarna ze het paard met een handje mos droogwreef. Toen ook die taak was uitgevoerd, stond ze zichzelf pas echt toe te ontspannen. Ze knielde neer en streelde het mos op een dode boom vlak naast haar. Met gesloten ogen liet ze de rust van het bos op zich inwerken. Ja, nu hoorde ze de vogels ook, en het geluid van de wind in de bomen. Bijna was ze opgesprongen om een spontane vreugdedans te maken, maar de plotselinge herinnering aan al die mooie momenten hier maakte dat de opvlammende blijdschap weer doofde. Heer Boromir… de afgelopen dagen had ze het verdriet om zijn sterven voor een deel kunnen onderdrukken. Maar hier, op de plek waar ze het meest van zijn aanwezigheid genoten had, waar hij zichzelf meer had kunnen zijn dan thuis in de citadel, hier spoelden de pijn en het verdriet ineens onverbiddelijk over haar heen. Ze huiverde, dook in elkaar op de bosgrond en voelde dat ze de tranen niet meer kon tegenhouden. Even stopten zelfs de vogels met zingen toen de lange uithalen door het bos weerklonken. Maar na een poosje werd het stiller en durfde hier en daar een lijster weer voorzichtig zijn lied te hervatten. Beara’s lichaam schokte nog wat na en helde toen langzaam opzij. Ze voelde hoe de leegte en de vermoeidheid haar overmanden en had de wil niet om ertegen te vechten. Straks, dan zou ze de jachthut opzoeken. Niet nu. Nu wilde ze haar ogen sluiten en alles vergeten. Het was nog vroeg. Ze had alle tijd. Het kon wel.
Fyra keek toe hoe haar jonge berijdster steeds rustiger begon te ademen en toen in een diepe slaap viel. Even snuffelde ze aan de blonde haren, maar daarna ging ze op zoek naar interessanter zaken. Na het muffe hooi in de stallen van de citadel was ieder polletje jong gras een feestmaal. Op Beara lette ze niet meer.

De schemering viel al in toen een koor van zangvogels Beara wekte. Verdwaasd keek ze om zich heen, om vervolgens geschokt overeind te vliegen. De zon ging onder, ze had bijna heel de dag liggen slapen! Met een bonkend hart greep ze haar helm en liep op een holletje op Fyra af, die zo ver als het touw het toeliet nog steeds rustig stond te eten.
“Kom, Fyra, kóm!” Haar maag knorde ontevreden na een dag zonder eten en haar mond was droog, maar daar schonk ze geen aandacht aan. Eten en drinken kon later wel. Ze moest de schuilhut zien te vinden voor het helemaal donker was. Waar was ze ook al weer het bos in gekomen? En welke richting moest ze nu uit? Vannacht, toen ze klaarwakker haar plan had liggen uitwerken, was ze er zeker van geweest dat ze de weg wel vinden zou. Ze waren er immers tientallen keren met z’n drieën geweest? Maar ze had geen rekening gehouden met de omweg die ze moest maken. Beara slikte en keek om zich heen. In de schemer zag het Grijze Woud er vreemd uit. Er kwam een slierterige mist vanuit de vlakte opzetten die ook hier, tussen de bomen door, binnendrong. Als ik vannacht niet zo lang had liggen piekeren, was ik daarnet niet zo moe geweest en had ik niet zo lang geslapen… Wat als ik de hut niet op tijd vind? Ik kan toch niet zonder schuilplaats de nacht in het bos doorbrengen? Een plotselinge paniek bracht haar ademhaling op hol. Fyra merkte het kennelijk ook. Het anders zo kalme paard schudde wild met haar hoofd.
“Rustig maar, rustig maar. Het komt goed”, fluisterde Beara het bange dier in de oren. “Niet bang zijn.” De kalmerende woorden hadden meer effect op het paard dan op haarzelf. Haar handen trilden zo dat het haar kostbare minuten kostte voor ze het touw loskreeg. Ze rolde het op en propte het in de buideltas. “Kom, we moeten verder. We rijden door tot aan de hut en daar kunnen we de nacht doorbrengen. Het komt echt allemaal goed.”
Schichtig keek ze om zich heen, op zoek naar aanwijzingen voor de juiste richting. Haar vader had haar geleerd haar richting te bepalen aan de hand van de zon, maar die was allang achter de hoge toppen van de Witte Bergen gezakt. Als er al een verlichte westelijke hemel te zien was geweest, dan belette de mist haar het zicht daarop. Het beetje licht dat nog zichtbaar was, kwam niet van een bepaalde richting maar leek overal te zijn. En het werd snel minder. De sterren dan? In het bovenste gedeelte van de citadel had ze vaak met haar vader naar de sterren staan kijken. Een blik omhoog maakte dat die optie afviel. Het kleine beetje hemel dat ze van tussen de hoge bomen zou kunnen zien, werd door mistflarden bedekt.
Geen sterren dus. Wat was er ook al weer nog meer? Denk na… waar letten de mannen altijd op als we samen in het bos waren? Het was meer dan tien jaar geleden dat ze voor het laatst mee op jacht was geweest, de herinneringen waren vaag. Maar iets kon ze zich herinneren van mos en de begroeiing van bomen. Koortsachtig zocht ze, voelde ze of ze zo’n vochtige, zachte plek kon vinden op de bomen vlakbij haar, terwijl ze vaders lessen probeerde terug te halen.
“Goed. Hoe zat het ook al weer”, begon ze hardop. “De wind waait vaak van zee, meestal uit het zuidwesten. En ik moet ook naar het zuidwesten. Dus als de zeewind vochtige lucht meebrengt, dan moet de zuidwestelijke kant van de bomen meer mos hebben. Of zat het mos nou juist aan de noordelijke kant, omdat de zon nooit in het noorden staat en daar dus altijd schaduw is?” Haar maag kneep samen en ze moest een paar keer diep in en uitademen om het nare gevoel onder controle te krijgen. Ze voelde opnieuw en merkte dat een paar bomen duidelijk aan één kant zachter en groener waren dan aan de andere. “Goed dan. Mos betekent vocht. Dus het zuidwesten is logischer. Dus die kant ga ik uit”, besloot ze vastberaden.
Eenmaal op de paardenrug voelde ze de onzekerheid al weer komen. De laatste tijd waaide de wind meer uit Mordor, uit het oosten. Zou dat nog verschil maken? Ze schudde haar hoofd. Nee, ze had haar keuze gemaakt. Zuidwest zou het worden. Het moest gewoon kloppen en anders zou ze het gauw genoeg merken.
“Kom Fyra, we gaan.”
Langzaam liet Beara de merrie doorstappen. Draven wilde ze niet, uit angst dat ze bekende plekken in het bos over het hoofd zou zien. Diverse malen versperden omgevallen bomen haar de weg of maakten dichte, woeste struiken dat ze haar koers moest veranderen. Ingespannen tuurde ze vanaf de paardenrug om zich heen, maar er was niets dat haar bekend voorkwam. Amper een half uur nadat ze op pad waren gegaan, moest ze halthouden omdat ze de begroeiing voor zich niet goed meer onderscheiden kon. Doodstil bleef ze zitten, hopend op een wonder, hopend dat er ergens nog wat licht te zien zou blijven. Maar die hoop werd binnen tien minuten genadeloos de grond in geslagen. Middenin het aardedonkere bos liet Beara zich bevend voorover op de warme hals van Fyra vallen. Ze was zo bang als ze nog nooit geweest was. En helemaal alleen.



32 reacties

  1. Apart eigenlijk. Vanmorgen tijdens het zingen dwaalden mijn gedachten nog even af naar deze post die ik al grotendeels afhad. Ik besefte ineens wat een rijkdom het is om nooit alleen te zijn (wat iets anders is dan je nooit alleen voelen) omdat we een Vader hebben die bij ons is. En dat ik daar zo van genieten kan als mijn personages dat beseffen en daarin groeien mogen. En dat dat dus bij dit verhaal niet gaat. Wat een eenzaamheid, wat een armoede als er geen God is bij wie je kunt schuilen en die je de weg wil wijzen… Blij dat ik dat bij Queeste en Toevlucht wél heb 🙂 En dat ik zelf die ervaring ook ken!
    De preek ging vervolgens over de aanwezigheid van 'Ik zal er zijn'. Dat gaf mij een grote glimlach. 

  2. Poeh, spannend, hoor!!! 

    Hmmm, ze had wèl navigatie aan de hand van de zon geleerd, maar niet op de sterrenhemel of begroeiing van boomstammen (algen) en de groeirichting van planten? Beetje karige cursus navigatie… 

    Boromir een beetje inschattend… Zou die haar misschien iets meer dan zonnestanden geleerd kunnen hebben? Verdwalen in een donker, mistig en onbekend bos is echt niet moeilijk — ook niet als het helder is en je grofweg wéét in welke richting je (globaal) loopt/gaat.
    Beara kiest hier een richting waarvan ze *vermoedde* dat het de juiste was. Het latere complete verdwalen zou mij precies even geloofwaardig lijken als ze wèl ruwweg de juiste richting zou weten uit te vogelen — en dat laatste zou op mij een stuk geloofwaardiger overkomen van Beara, dan het volgen van een vermoeden.

    En zou Boromir haar ook geleerd kunnen hebben dat het beter is om te overnachten op de plek waarvan je weet waar het is omdat je er overdag naartoe bent gegaan, dan in het donker te gaan proberen een doel te bereiken?

    Voor het verhaal is het natuurlijk superspannend dat Beara die stukjes kennis mist en deze keuzes maakt — en geloofwaardig is vooral dat laatste (de keuzes) ook, gezien haar emotionele toestand en haar focus op de jachthut.  Ik denk alleen dat het niet zou misstaan als ze haar richting grofweg wèl weet uit te werken voordat ze van die rustplaats vertrekt. Just my penny worth of thoughts. 

    O ja. Dit vond ik een leuke:

     Uit haar zadeltas pakte ze de waterzak waar ze gretig uit dronk en haar gezicht iets mee natmaakte.

    Hoe deed ze dat laatste?

     Tja, dat alleen zijn of voelen… Inderdaad heftig als er geen God *is*, of als je Die niet *kent*. Lees jij De Hobbit en LOTR alsof er in dat universum geen God *is*? 
    Ik vermoed dat hier al wel boeken aan gewijd zullen zijn en complete servers moeite hebben om alle forumdiscussies hierover te kunnen behappen, maar… just curious naar jouw ‘Midden-Aarde’-bril. 

    Bedankt voor de superspannende post en… keep it coming, please!

  3. Ha, bedankt voor je uitgebreide reactie! Kom ik nog op terug. Die groeirichting van planten enzo, daar heb ik nog wel over nagedacht. Echter, dat geldt voor ons landje. Ik weet niet of het met het klimaat daar net zo is? In een klimaat met bijv. veel meer zon, zullen de bomen minder mosbegroeiing hebben dan in een vochtig klimaat etc.

    Daarnaast waren de jachttripjes met haar vader eigenlijk vooral dagtripjes, waardoor ze een stuk kennis mist. Maar ik ga er nog eens goed naar kijken en reageer dan uitgebreider. 

    Nogmaals dank!

  4. Hahaha, kom ik hier toch nog de Fyra tegen, humor!!  Hopelijk bezorgt hij alleen wat minder problemen dan z'n naamgenoot…

    Hooo -> waarom zoveel ooo's? 😉

    Spannend en mooi omschreven, je voelt als het ware die griezelige sfeer in het mistige bos…
    Ik ben eerst benieuwd hoe alles verder gaat en wanneer jij klaar bent met schrijven, ben ik denk ik ook heel benieuwd hoe het origineel gaat. 

  5. Hahaha, ik had die link nog he-le-maal niet gelegd maar inderdaad! Hm, ja, zou niet best zijn als deze net zo'n slechte reputatie krijgt als de in Nederland beruchte. 

    #Hoooo: ehm, nou ja, als ik vroeger een paard tijdens het rijden tot rust wilde manen, dan gebruikte ik daarvoor niet alleen mijn rijhulpen (benen en teugels) maar juist ook mijn stem. En tegen een paard zeg je nou eenmaal geen kort 'Ho' maar lang 'Hoooo…..'  

    Bedankt voor de complimenten 

    Oh, en ik kan je het origineel aanraden. Het is een prachtig epos (toch wel) waarin goed uiteindelijk van kwaad overwint, maar waarin de invloed van het kwaad zo duidelijk zichtbaar is, en hoe wij mensen (en in Middenaarde ook andere fantasierassen) zo makkelijk te corrumperen zijn als ons macht of rijkdom wordt voorgeschoteld. Ik weet overigens niet hoe jij aankijkt tegen zaken als tovenaars en magie. Ook dat komt er in voor, en ik ben daar in boeken die in onze eigen wereld spelen geen fan van, maar in fantasy of sprookjes heb ik dat minder.

  6. Ik zou nog wat meer inhoudelijk op jouw reactie reageren, EsQuizzy. Allereerst ben ik blij met je reactie, want zoals ik al eerder schreef, rammelt het origineel van dit verhaal aan alle kanten en daar loop ik steeds tegenaan. In het origineel, dat ik iets van 15 jaar geleden schreef, was Beara naar Ithiliën gevlucht. Vond ik een logische plek, tot ik me opnieuw in het hele verhaal verdiepte en ontdekte dat Ithiliën niet alleen aan de andere kant van de Anduin ligt, maar ook nog eens al decennia lang niemandsland is, waar geen mens meer uit vrije wil komt. Tja, daar ging ik dus met m'n verhaal en het vervolg ervan. Hirgon zou nooit zo'n plek uitkiezen. En zo kom ik wel meer dingen tegen die niet kloppen en waarvan ik even niet goed weet hoe ik ze het beste herschrijven kan. 
    Dus als er nog onlogische dingen zijn, dan hoor ik het graag 🙂

    Dan Beara en haar keuzes. Ook daar heb ik over nagedacht, bij het schrijven van deze post. Het Grijze Woud is niet groot, in mijn beeld van de situatie zijn Hirgon, Boromir en Beara hier nooit blijven overnachten. De hut werd meer gebruikt bij slecht weer, of om voorafgaand aan of na afloop van de jacht in te verblijven. Het lijkt logisch om 's morgens heel vroeg of 's avonds tegen zonsondergang te jagen, omdat dieren dan te voorschijn komen naar open plekken. Maar als je middenin een bos uit jagen gaat, kan je ook overdag wild vinden en neerschieten. Denk maar aan een drijfjacht of vossenjacht, die gebeuren ook vaak overdag, juist omdat je in het bos dan goed zicht hebt. Bovendien zijn wilde dieren te paard goed te benaderen, paarden hebben een vertrouwde geur die de geur van de mensen overheerst. Dat heb ik zelf tijdens buitenritten te paard al wel meegemaakt: herten die gewoon niet weggaan als je langskomt! Daarnaast ligt het Grijze Woud zo dicht bij de stad, dat het logischer is om na de jacht naar huis te gaan en het geschoten wild lekker door de keuken klaar te laten maken, dan het nog een nachtje buiten te laten liggen. Dus zelfs bij vroeg of laat jagen, is overnachten in het bos niet noodzakelijk, in mijn ogen. En ik kan me voorstellen dat Hirgon dat liever ook niet deed: je wist niet wat de nacht brengen kon/zou. Vanuit die optiek zag ik voor me dat Beara het bos dus vooral van overdag kende.

    Ik ben het met je eenst dat Beara beter eerst naar die hut toe had kunnen gaan. Ik denk dat ze niet verwacht had zo lang te slapen, maar dan nog: een erg verantwoorde keuze was het niet. In mijn ogen is heel deze vlucht een niet al te verantwoorde keuze, die meer vanuit haar gevoel dan vanuit haar verstand wordt gedreven. 

    En dan het richting bepalen. Ja, de sterren had ik wel nog kunnen noemen. Goed om dat er wellicht nog in te zetten, maar met de mist ziet ze die helaas niet. En dan nog: in een bos heb je te weinig zicht op de hemel om überhaupt sterrenbeelden te kunnen onderscheiden. Dat had ze op de vlakte wel heel goed gekund.
    Dan heb je wel de bomen nog, maar daar zit ik een beetje mee in mijn maag. Op een vlakte kan je aan solitaire bomen vaak wel zien waar het zuiden is en waar het noorden, maar daar is hier geen sprake van. In een bos heb je de test van mos op de bomen. Echter: die 'truc' heb ik Marlieke pas ook aangeleerd en ieder bos waar we daarna kwamen, klopte niet! Sommigen zeggen dat het mos het zuidwesten aangeeft (veel wind en regen van die kant in ons land), anderen dat het mos het noorden aangeeft (minder zon). Maar wij kwamen zowel bossen zonder mos tegen (ehm… tja) als bossen waarin het gewoon niet klopte als wij ons kompas erbij haalden. Dat de takken aan de zonzijde langer zijn, heb ik ook nooit goed kunnen zien in een bos. Ik weet dus niet goed hoe ik stukje in dit verhaal zou moeten inpassen. Want: als ze op zoek gaat naar mos, welke informatie haalt ze daar dan uit? Moet ik het dan op het klimaatverhaal gooien, of juist op de zon/schaduwzijde? Dat was voor mij een reden om het mosgeheel weg te laten. Hoe zie jij dat?

  7. O ja, vergeet ik nog jouw laatste opmerking. Goeie vraag. Ik weet dat er in Middenaarde sprake is van een godheid: Eru, of Illúvatar genoemd, die alles gemaakt heeft. Dat er daarnaast 'goden' zijn, de Valar, en daaronder weer de Maiar. Dat de elven met hen wel contact hadden, maar dat anderen: dwergen, mensen, hobbits, geen relatie kunnen hebben met deze 'hogere macht(en)'. Er is ook geen echte rituele eredienst of iets dergelijks toch? Of zie ik iets over het hoofd? Onze Vader geeft in zijn Woord duidelijk aan dat Hij door ons aanbeden wil worden. Dergelijke communicatie vanuit 'het hogere' zie ik niet terug in de werken en de wereld van Tolkien. Slechts de elven hebben het geluk dat zij, wanneer zij niet dodelijk gewond raken, op een zeker moment af kunnen zeilen naar het onsterfelijke land. Dat is de rest niet 'gegund'. Voor mij zijn dat de punten waardoor ik de inwoners van Middenaarde toch wel zie als mensen die zonder heel groot godsbesef door het leven gaan en die, als ze al zo'n besef hebben, toch niet een relatie hebben met een godheid zoals wij dat mogen hebben met onze God.

  8. Haha, ik hoor in gedachte nóg die omroepberichten over de Fyra. 

    #Hooo: haha, je doet er meteen nog maar een ootje bij 😉
    Omdat er 'hooo maar nu' staat, denk ik automatisch aan ho, aangezien ik ook 'Ho maar' zeg en niet: 'Hooo maar'.
    Maar goed, ik praat dan natuurlijk ook tegen mensen en niet tegen paarden…  

  9. @ Anne: ha, ja, maar dan nog is er verschil tussen 'Ho' met gewoon een 'o' zoals in 'olifant', of het langerekte 'hooo' waarmee een paard tot stilstand wordt gebracht. Dat is echt een 'ooo' van een paar seconden lang, zeg maar. Net als het verschil tussen 'help' of 'heeeelp!!!'. 🙂

    @ EsQuizzy: ben nog wel benieuwd naar je reactie 🙂 Met name de interessante wisseling van gedachten over een godsbeeld in LotR, daar boom ik hier graag nog over verder!

  10. Als het onderwerp van dat gesprek ‘een godsbeeld in LotR’ is, kunnen we kort zijn: dat is er niet. Tolkien is daar zelf duidelijk genoeg over geweest in het voorwoord van de versie die ik in de kast heb staan.

    Als het gaat over de vraag of jij Midden-Aarde ziet als een wereld die het *zonder onze God* moet stellen… Tja. Daarin is jouw gezichtspunt doorslaggevend.

    En dat was nou juist mijn vraag aan jou — en die heb jij nog niet beantwoord, naar ik meen.

     

  11. Ehm, help me even wil je? Volgens mij was dit jouw vraag:  Inderdaad heftig als er geen God *is*, of als je Die niet *kent*. Lees jij De Hobbit en LOTR alsof er in dat universum geen God *is*? 
    Ik vermoed dat hier al wel boeken aan gewijd zullen zijn en complete servers moeite hebben om alle forumdiscussies hierover te kunnen behappen, maar… just curious naar jouw ‘Midden-Aarde’-bril. 

    En mijn antwoord was de post van 15 mei 2017 om 21:52. Maar ik begrijp dat je eigenlijk een andere vraag hebt? Dus niet of ik het lees alsof er geen God *is*, maar of Midden-Aarde het zonder onze God moet doen, dan snap ik niet zo goed wat je bedoelt? Want dat is toch juist waarvan jij al zegt dat Tolkien zelf aangeeft dat het niet zo is? Het is een compleet andere (fantasie)wereld… 

  12. Mijn vraag is (inderdaad) hoe jij Midden-Aarde ziet. Precies zoals ik de vraag stelde, en jij me citeert, maar *die* vraag heb jij nog niet beantwoord. Jouw antwoord (15 mei 21:52u) geeft heel precies weer hoe jij Tolkiens beschrijving van Midden-Aarde op dat punt samenvat. Prima, maar dat dat is niet waar ik naar vroeg.

    Lees jij De Hobbit en LotR alsof er in dat universum geen God *is*?

    Let op de hoofdletter G. 

    Sorry, ik wil je wel precies vertellen wat ik bedoel maar ik wil niet sturend bezig zijn, hier. En dat risico loop ik als ik te precies ga uitleggen wat ik met mijn vraagstelling bedoel. Ik vraag niet naar wat jij van Tolkiens beschrijvingen en visie begrijpt of hoe jij Tolkiens beeld van Midden-Aarde ziet. Tolkiens visie ken ik wel zo ongeveer. En wat hij ervan laat zien in zijn schrijfsels is me ook wel ongeveer bekend.

    Ik vraag hier dus naar *jouw* visie op Midden-Aarde omtrent dat onderwerp.

    Is dat duidelijker verwoord? 

  13. Oei, ik hoop dat ik je snap. Maar ik ga het proberen. 
    Allereerst, en dat maakt deze vraag denk ik zo moeilijk voor mij: als ik in een boek lees dat er een godheid is die Illuvatar heet, dat er Valar en Maiar zijn etc. dan is dat voor mij de realiteit van dat boek. Als die wereld bovendien heel duidelijk niet onze wereld is, maar een fantasiewereld, dan denk ik er niet eens bij na om onze werkelijkheid daaraan te spiegelen, laat staan om iets uit onze werkelijkheid in die fantasiewereld te zoeken of te vinden. Dus ja, als dat is wat jij bedoelt, dan lees ik De Hobbit en In de ban van de ring alsof er geen God is. Er is wel een god, een hoogste macht, maar geen God. 

    Maar ik denk niet dat je dat bedoelt? Maar wat je dan wel bedoelt, dat is mij echt onduidelijk, sorry. Het ging om de eenzaamheid zonder God, toch? Zonder een hogere macht waarvan je het idee hebt dat die bij je is. In Beara's geval zou dat in mijn ogen dus – vanwege hoe de schrijver die wereld bedacht heeft – sowieso niet God zijn, maar een Tolkiense variant daarop.

  14. Dus nog een keer jouw vraag: Lees jij De Hobbit en LotR alsof er in dat universum geen God *is*?

    Ja, zo lees ik het, en ik zou ook niet weten hoe ik het anders moest lezen??

  15. Mag ik jou dan nu vragen hoe jij het leest? Daar ben ik wel benieuwd naar! Ik zou überhaupt deze vraag nooit bedacht hebben, dus is jouw antwoord vast anders dan het mijne!

    Had je overigens gezien dat ik hierboven 2 antwoorden getikt had, en dat de laatste een kortere versie van die daarvoor was?

  16. ‘Moeten’ is daarnaast óók een beperkend woord. 

    Nee, ik had je eerste antwoord niet gezien.  Maar daaruit leer ik niet meer dan wat je met je kortere versie daarvan weergaf. Dus: bedankt voor het voorafgaand uitweiden. 

    Hoe ik het lees? Haha, ja. Die vraag hoopte ik te krijgen. Maar het is een wat uitgebreider antwoord dan de eerste zin van deze reactie, dus de uitgebreidere versie heb je nog van me tegoed. Daar ga ik zo even rustig voor zitten.

    no

  17. Goed. Ik kan mijn antwoord op meerdere — totaal verschillende — manieren verwoorden. Ik beperk me in eerste instantie maar even tot één daarvan, keej? 

    We zitten samen met J.R.R. Tolkien aan tafel. Tolkien heeft bedacht dat we pizza eten; hij heeft de pizza besteld. Tolkien is ook de eerste die een hap van zijn stuk van de pizza neemt. Hij kauwt rustig, nadenkend en slikt zijn hap door, waarop hij ons vertelt wat hij volgens hem is tegengekomen op dat stukje: „Lekker, hoor! Ik proef tomaat, mozzarella en oregano.”

    Vervolgens neem jij een hap van jouw stuk pizza en omdat je het een leuk spelletje vindt, doe je mee. Jij proeft ten eerste pizzabodem, vervolgens tomaat, dan oregano, dan spinazie, een stukje champignon, een klein stukje paprika en vervolgens doe je de ontdekking dat een randje van de pizzabodem iets te hard is gegaan in de oven.
    Maar Tolkien heeft het spelletje bedacht, en omdat je je aan *zijn* spelregels wilt houden zeg je: „Ja, hij is lekker! Ik proef óók tomaat, oregano en misschien ook wel wat mozzarella, ja.”

    Dan ben ik aan de beurt.
    Ik neem een hap van mijn stukje en verwerk mijn hap precies even aandachtig als Tolkien en jij dat hebben gedaan. Ik proef mozzarella, pizzabodem (al is die van mijn hap nèt niet helemaal gaar), paprika, oregano, salami en tomaat.
    Wat zeg ik?
    „Ja, hij is lekker! Ik proef mozzarella, pizzabodem — maar hij is nèt niet krokant — paprika, oregano, salami en tomaat. Maar er had van mij ook wel wat parmezaanse kaas en misschien een gedroogd tomaatje op gemogen — o, en kappertjes!”

     

    Tot zover mijn ‘Uitgebreider Antwoord – Versie 1’.

    Dus. Nou heb ik zin in pizza. 

  18. Hmmm, pizza… 

    Maar in dit voorbeeld heb je het dus meer over het benoemen van wat er is, en wat je mist. Ik meende dat je vraag was 'of ik het erin zie'. Als er geen mozzarella op de pizza zit, kan ik ook niet zeggen dat 'ie er is, wel dat ik het lekkerder had gevonden mét mozzarella. 

    Maar ik ben natuurlijk vooral benieuwd naar hoe jij God dan eventueel wél ziet in Tolkiens werk. Als ik jou goed begrijp, doel jij nu toch op die eeuwige discussie of Tolkien nu wel of niet symbolisch verwijst naar God in zijn werk? En niet naar of de mensen die in Midden-Aarde leven het zo ervaren dat er (een) God is?

    Je ziet het, ik begrijp het nog niet 100%  Maar daar heb ik wel vaker last van dus je mag het hier ook bij laten hoor 

  19. Als ik jou goed begrijp, doel jij nu toch op die eeuwige discussie of Tolkien nu wel of niet symbolisch verwijst naar God in zijn werk?

    Nee, die discussie is juist de niet-interessante omdat Tolkien zelf daar antwoord op heeft gegeven. Het aanhouden van die oude, uitgekauwde discussie is daarmee totaal zinloos.  Zo. Dáár zijn we van af.

    En niet naar of de mensen die in Midden-Aarde leven het zo ervaren dat er (een) God is?

    Grappig. Dat raakt namelijk veel dichter aan wat ik wèl bedoel.  

    Dus.

    Hier komt Uitgebreider Antwoord – Versie 2, ter aanvulling. 

    Wij leven in een wereld. Open deur, I know, maar in onze wereld kan iemand (laten we zeggen: Karel) jarenlang opgroeien, volwassen worden, leren en reizen, mensen, culturen en religies leren kennen en avonturen beleven zonder dat Karel ook maar één ander heeft ontmoet die werkelijk iets zinnigs over de Here Jezus en Zijn Goede Nieuws verteld heeft. Misschien kent hij enkele atheïsten, die hem het één en ander hebben verteld over hoe zij de zienswijze van Christenen interpreteren en ervaren.

    Als Karel dan besluit om het verslag van zijn avonturen, zijn ervaringen en zijn kennis te gaan uitgeven als een serie reisverslagen, en die reisverslagen worden door — laten we zeggen: Jukkie, een drobbel in Achter-Aarde — gelezen, dan zou Jukkie de drobbel aan de hand van Karels reisverslag kunnen besluiten om een verhaal te schrijven dat zich in de wereld van Karel afspeelt.

    Jukkie weet echter niet méér van onze wereld, die door Karel simpelweg "Aarde" wordt genoemd, dan datgene wat Karel in zijn reisverslagen heeft opgetekend. In de ogen van de drobbel zijn Karels reisverslagen slechts fantasieën, bedacht door een oude drobbel die inmiddels is overleden. Maar aangezien sommige drobbels — onder wie óók Jukkie — door genade via De Middelaar een levende relatie hebben met God de Schepper, Die Zich ook in Achter-Aarde heeft geopenbaard (al is het misschien op een andere manier dan bij ons), vindt Jukkie het maar een eenzame bedoening, die wereld die "Aarde" heet… Ze moeten het daar blijkbaar zonder God stellen… 

  20. Kijk, nou snap ik je helemaal. Dank!

    Ik ga overigens aan de hand van jouw eerder genoemde punten en mijn reactie daarop nog wat onuitgesproken zaken in deze post bijwerken. Ik geef wel aan wanneer hij aangepast is. Kan ik ook weer met de volgende verder 😉

  21. Haha 🙂

    Ik bedoel vooral dat ik dit voorbeeld helemaal begrijp. 🙂 Blijft voor mij wel 'bestaan' dat Midden-Aarde in mijn optiek uit de koker van één man komt, die het op een bepaalde manier heeft uitgewerkt en beschreven en zoals hij het beschrijft, lees ik het ook. Als ik door een verhaal gegrepen word, dan ben ik ook niet zo bezig met wat er allemaal 'niet' staat, zeg maar, en hoe dat dan zou kunnen zijn. Misschien achteraf soms wel, maar niet tijdens het lezen, daar heb ik ook geen behoefte aan. 
    Blijft de gedachte wel staan dat, los van hoe we ieder Tolkiens wereld zien, deze post me ineens deed doordringen van de eenzaamheid die je kunt hebben zonder God… 

     

    En ik pas de post nu aan, ben benieuwd wat jullie van de nieuwe versie vinden.

  22. …en zoals hij het beschrijft, lees ik het ook.

    Dus jij kruipt in de doos die Tolkien heeft beschreven. Zowel als lezer, als wanneer je schrijft.

    Ik kies ervoor om buiten de doos te blijven staan.

    Dat is het hele verschil.

    Maar misschien is er nòg een verschil…

    Anyway… ik zal je aangepaste post nu gaan lezen. Be right back! 

  23. Haha, je maakt me wel weer nieuwsgierig met je 'nog een verschil'. Ik hoop dat je dat nog wilt toelichten 🙂

    Ja, ik zit in die doos. En ik zoek de randjes ervan op als ik schrijf, maar ga er niet buiten. Ik denk dat je dat zo wel zien kunt. Ik houd van kaders en structuur 

  24. Een leuk stukje, over dat mos en zo. 
    Beara’s statement over logica bracht een warme glimlach op mijn gezicht. 

    Er vielen me nog wel enkele puntjens op, die me eerder ontgaan zijn:

    Een klein handje water gebruikte ze om ze haar warme gezicht te bevochtigen.

    Die spreekt voor zich. 

    …stond ze zichzelf pas echt toe te ontspannen.

    Hier is taalkundig niets aan de hand, maar het weglaten van ‘om’ in dergelijke constructies wordt over het algemeen afgeraden, al is het niet fout. Voor de leesvriendelijkheid zou ik het hier (persoonlijk) toevoegen. 

    …er kwam een slierterige mist…

    Een interessant woord, dat — ‘waterige’ ken ik wel, maar daar komt de ‘-er’ al in het zelfstandig naamwoord voor. Bij ‘hongerige’ net zo, ‘slaperige’ ook: gebaseerd op een al dan niet schone *slaper*. ‘Slapige’, gebaseerd op ‘slaap’ ziet er niet uit in mijn beleving. Maar goed. Voor ‘slierterige’ kan ik geen oorsprong van de ‘-er-’-tussenvoeging bedenken. Jij wel? Zo niet, zou ik het gewoon bij ‘sliertige’ houden. 

    Dat beetje hemel dat ze…

    Persoonlijk komt dit op mij over als spreektaal. Schrijftaal zou zijn: ‘Het (kleine) beetje hemel dat ze…’

    …versperde omgevallen bomen haar de weg…
    …of maakte dichte, woeste struiken dat ze…

    Tweemaal een meervouds-n toevoegen? 

    …halthouden…

    Dit woord bestaat niet volgens het Groene Boekje.
    Op de bijbehorende site kom ik het wèl tegen in een gespleten versie. 

    http://taaladvies.net/taal/advies/zoek.php?q=halthouden

    Maar… waar je wijziging om draaide: ik heb tijdens het lezen niet meer de onweerstaanbare neiging om de kwaliteit van Beara’s training door Boromir en haar vader in twijfel te trekken. Het feit dat ze zich bezighoudt met het mos en de wind voegt duidelijk toe aan de inhoud van de post, al hebben de jaren (en haar vrouwelijke logica) wèl invloed gehad op de huidige toepasbaarheid ervan. Dat maakt het verhaal weer spannend: ze weet van meerdere technieken om haar richting te kunnen bepalen in onbekend terrein, maar ze weet die niet meer zuiver toe te passen zonder een flinke dosis geluk.

    Goed gedaan dus. Een waardige aanpassing in mijn ogen. 

  25. Zoals beloofd 🙂

    Ehm… van die puntjens: dat handje water was een aanpassing op een eerdere opmerking van jou, dus logisch dat je die nog niet eerder opgevallen was. Maar is 'ie nu nog steeds niet goed dan?
    # om: neem ik in overweging!
    # sliert(er)ig: hm. En zweterig dan? En kleverig? Plakkerig? Zweverig? Slijmerig? Ik vond er wel een leuk artikeltje over op internet: http://ans.ruhosting.nl/e-ans/12/04/02/03/01/02/body.html
    # beetje hemel en meervouds 'n': prima punten!
    # halthouden: aha, oke. Geen paardrijders bij het Groene Boekje denk ik… 'halthouden' zonder spatie is een officiële term in de dressuur onder andere. Het stil laten staan van je paard door je 'hulpen' (benen, zit en eventueel teugels). Mede daardoor en doordat het bijv. wel 'stilhouden' is, was ik van deze versie uitgegaan. Denk ik nog even over na. (Zie bijv. https://www.bitmagazine.nl/instructie/halthouden-op-je-zit-drie-stappen-naar-succes/44268/)

    En dan je laatste stuk: fijn! Bedankt voor je kritische input!

  26. Ah, dank je!

    En de volgende post is ook alweer online 😀

    En nu krijg ik jouw volgende reactie wel per mail maar niet hier. Die moet je zeker ook nog goedkeuren? 😀


Geef een reactie