De prins die zijn hart verloor
Door:

Categorie: Sprookjes
Geplaatst op 30 september 2014 | Bijgewerkt: 30 september 2014 om 16:49 uur.
Woorden: 2039 | Leestijd: circa 9 min.
|

Vorig jaar werd de speurtocht op het feestje van onze oudste ingeleid door een verhaal over een Elfenkoning die zijn schat verstopt had. Dit jaar had ik niets bedacht omdat het thema er zich niet zo voor leent, tot een klasgenoot die ook komt vroeg: “Komt er weer een verhaal?” Ze had zulke verwachtingsvolle ogen dat ik gisteravond aan het schrijven ben gegaan.
‘Harten’ zijn het thema van het feestje, vriendschap is wat ik ervan gemaakt heb.
Zie hieronder het verhaal. Niet perfect, taalkundig vast ook niet, maar het is in een half uurtje bedacht en het is voor zes- en zevenjarigen dus ach.
Ik vond het toch wel leuk om hem hier te delen!

Lang, lang geleden leefde er een koning en koningin. Ze hadden een prachtig paleis, met een groot stuk land eromheen. Er was een bloementuin, een boomgaard, een groentetuin en daarbuiten lagen prachtig aangelegde parken met vijvers en bos.
De koning en de koningin hadden ook een zoon: Frederik heette hij. Frederik verveelde zich vaak in het paleis. Er waren geen andere kinderen, alleen een strenge kinderjuf die hem lesgaf en hem leerde hoe hij zich netjes moest gedragen bij saaie diners of als er andere koningen en koninginnen op bezoek kwamen. Hij had een muziekleraar die hem leerde pianospelen, een leraar voor Frans en Engels en een leraar van wie hij paardrijles kreeg. Maar soms, als hij ’s middags zijn huiswerk af had, glipte hij naar buiten, de tuin in. En op een dag ontmoette hij daar een meisje.
Het was geen meisje zoals de prinsesjes die hij soms ontmoette bij de bezoeken. Geen dametje met netjes gekapte haren, met handschoentjes en een prachtige jurk aan. Nee, dit meisje droeg een oude tuinbroek, ze had bruinverbrande wangen en stralende ogen. Ze kon geen Engels en geen Frans, maar ze wist de namen van alle bloemen en alle vogels in de tuin. Ze wist welke planten goed voor je waren en welke giftig en ze zei dat ze wist hoe de sterren heetten. Het meisje heette Cathelijne en ze was de dochter van de tuinman en zijn vrouw. Het waren arme mensen en ze hadden niet veel, maar Frederik vond het heerlijk om bij hen op bezoek te gaan. De tuinman speelde na zijn werk op zijn viool en zijn vrouw bakte koekjes die Frederik veel lekkerder vond dan het gebak in het paleis. Maar de prins kon nooit lang blijven. Hij was bang dat zijn ouders zouden ontdekken wie hij ontmoette. Want hoe fijn hij het ook vond bij Cathelijne, hij wist ook dat zijn ouders het niet goed zouden vinden. En daarom moest hun vriendschap een geheim blijven.
Toen Frederik elf jaar was, vertelden zijn vader en moeder hem dat naar een kostschool moest, ver bij het paleis vandaan. Daar zou hij alles leren wat nodig was om later een goede koning te worden. Frederik wilde dat niet, maar hij wist dat hij zou moeten gehoorzamen. Verdrietig ging hij op zijn kamer zitten en na het eten sloop hij gauw terug. Toen het bedtijd was, zat hij op zijn knieën in de vensterbank en keek door het raam naar buiten.
“Zou ik straks ook zulke mooie sterren kunnen zien, vanuit de kostschool? En zouden ze er wel bloemen hebben in hun tuin?” Ineens kreeg hij een vreemde kriebel in zijn buik.
En zonder erover na te denken, deed hij iets wat hij nog nooit gedaan had. In zijn pyjama klom hij door zijn slaapkamerraam. Op zijn blote voeten liep hij over het natte gras, net zolang tot hij bij het huis van Cathelijne kwam. Toen hij vlakbij was, floot hij zacht op zijn vingers. Verrast kwam zijn vriendinnetje naar buiten. Frederik vertelde haar alles en zij troostte hem. Die avond liet Cathelijne aan Frederik alle sterren in de hemel zien die ze kende en ze liepen al pratend door het park tot het nacht was. Met een bijzonder gelukkig gevoel in zijn buik, maar ook erg moe en koud kroop Frederik door het raam terug zijn kamer in. Rillend viel hij even later in slaap.
De volgende morgen was Frederik ziek. Eerst maakten de koning en de koningin zich nog niet zo’n zorgen, maar toen de koorts steeds hoger werd, lieten ze de knapste dokters van het land komen. In die tijd hadden ze nog geen ziekenhuizen zoals nu en een simpel griepje kon heel gevaarlijk zijn. Uiteindelijk duurde het wel vier weken voordat Frederik weer helemaal opgeknapt was. Vaag kon hij zich die mooie avond nog herinneren, maar door het ziek zijn waren veel herinneringen verdwenen. En toen hij sterk genoeg was om de tuin weer in te gaan, bleek er een andere tuinman te zijn. De koning en de koningin hadden ontdekt dat Frederik en Cathelijne vrienden waren geworden en hadden de tuinman en zijn gezin dadelijk weggestuurd. Al gauw dacht Frederik dat die mooie avond en al de middagen ervoor een droom moesten zijn geweest en toen hij eenmaal op de kostschool woonde, vergat hij Cathelijne.
Er gingen jaren voorbij en op de dure school leerde Frederik andere jongens en meisjes kennen. Toen hij achttien werd, kwam hij weer thuis wonen en twee jaar later, op zijn twintigste verjaardag, gaven de koning en koningin een groot feest.
“Jongen,” zeiden ze die avond. “Jij bent nu oud genoeg om koning te gaan worden. Neem de komende jaren de tijd om een vrouw te vinden die bij je past, zodat je daarna het koningschap kunt overnemen.”
En dat deed Frederik. Hij ontmoette overal leuke meisjes. Er waren lelijke en mooie meisjes, verlegen en praatgrage meisjes. Er waren knappe en minder slimme meisjes en sportieve en luie meisjes. Hij danste met ze, schaatste rondjes op de vijver met ze, wandelde met ze door het park of maakte een ritje in de koets. Maar steeds als het meisje weer naar huis ging, en zijn ouders hem hoopvol aankeken, kon hij alleen maar zuchten.
“Nee,” zei hij dan. “Ze was heel knap hoor, daar niet van.” Of: “Een slimme meid, dat is zeker. Maar ze mist iets… er mist iets. Er is iets dat ontbreekt.”
Toen de prins na twee jaar nog geen goede vrouw gevonden had, werden zijn ouders ongeduldig. In het begin hadden ze nog gehoopt op een prinses als bruid, nu vonden ze het zelfs prima als Frederik met een gewoon meisje trouwen zou. Maar de prins ging steeds minder vaak naar diners of naar dansfeesten en steeds vaker zat hij somber in zijn kamer. Ten einde raad haalden de koningin er een wijze raadsman bij. Die sprak een poos met Frederik en toen zei hij: “Deze jongen is zijn hart verloren. Hij zal pas weer iemand kunnen liefhebben, als hij het teruggevonden heeft. Hij moet alleen van huis gaan, op zoek naar antwoord op de vraag wat hij mist, en hij moet zijn hart gaan zoeken.”
En dat deed prins Frederik. Zijn ouders zwaaiden hem de volgende dag uit en hij vertrok op zijn paard de wijde wereld in.

(En nu… gaan wij ook de wijde wereld in. We hebben een speurtocht met vragen, en als jullie de hele speurtocht af hebben gemaakt en alle vragen goed hebben beantwoord, dan vinden jullie samen met prins Frederik het antwoord op de vraag wat hij toch steeds mist. En… dan zullen we horen of Frederik zijn hart heeft teruggevonden…
Als het goed is krijgen de kinderen na hun opdrachten en vragen de losse letters / lettergroepen VR IE ND SCH A P om samen het antwoord op de vraag te kunnen vinden.)

Na een week reizen was prins Frederik doodmoe. Zijn billen en zijn rug deden zeer van de lange ritten op zijn paard, hij was verkouden geworden tijdens een regenbui en hij lag ’s nachts wakker doordat hij zo moest hoesten. Aan het eind van de zevende dag, kwam hij bij een klein dorp waar een herberg stond. Moe, koud, vies en nat kwam de prins binnen. Hij vroeg de baas om een kamer en een bord soep, dat hij klappertandend opat. De baas van de herberg vond dat zijn gast er maar armoedig uitzag en bracht hem naar een kleine kamer achterin zijn herberg. Toen hij even later op de kamer kwam om nog wat te drinken te brengen, zag hij dat zijn gast lag te rillen van de koorts.
De baas had de prins niet herkend, maar hij voelde zich verantwoordelijk voor zijn gast. “Ik moet iets doen,” dacht hij. “Ik moet hulp halen.”
Nu moet je weten dat er in het dorp een oude man en vrouw woonden, met hun dochter. En die dochter wist zoveel van planten en bloemen en kruiden, dat ze alle zieken in het dorp kon helpen. Kaatje, zo noemden de dorpelingen haar. De baas van de herberg besloot Kaatje te gaan halen.
Geschrokken stond de jonge vrouw even later in de kamer.
“Maar heer!” zei ze tegen de baas. “Ziet u dan niet dat dit de zoon van onze koning is? Deze man had de mooiste kamer van de herberg moeten krijgen! Zorg gauw voor een flink vuur in de open haard en voor twee kommen water, één koud en één warm. Ik zal voor de prins zorgen.”
De baas schaamde zich en rende snel weg om te doen wat hem was gevraagd. Toen hij later weer binnenkwam met een stapel houtblokken, rook de kamer naar geurige kruiden. De hele nacht bleef Kaatje bij de prins in zijn kamer. In de ochtend ging ze even weg, om met twee andere bezoekers terug te komen. Stil zaten ze met z’n drieën aan de rand van het bed te wachten.
Toen de zon opkwam, was de koorts gezakt. Langzaam werd de prins wakker. Hij was verbaasd. Zijn longen en zijn keel deden geen pijn meer, zijn hoofd was weer helder en hij had het niet meer zo koud. Maar hij was nog veel verbaasder over de muziek die hij hoorde en de lekkere geuren in de kamer. Ze deden hem aan vroeger denken… Droomde hij?
Voorzichtig opende Frederik zijn ogen. Daar stond een oude vrouw in de hoek van de kamer, met een bord heerlijk geurende koekjes. En er stond een man die prachtig viool speelde. Frederik voelde dat hij tranen in zijn ogen kreeg toen hij een mooie jonge vrouw zag staan in een eenvoudige jurk.
“Ik weet het weer!” riep hij. “Ik ben mijn hart niet verloren, ik heb het weggegeven! Ik heb het gegeven aan jou!” Hij keek Cathelijne blij aan. “En nu weet ik ook wat ik miste. Ik miste vriendschap. Iemand die niet alleen maar mooi is of knap of die goed kan sporten, maar iemand die met je kan spelen en praten en plezier maken. Als je je hart aan een vriend of vriendin geeft, dan krijg je er vriendschap voor terug! Dan ben je je hart niet kwijt!”
Blij stapte hij uit zijn bed en hij omhelsde Cathelijne en haar vader en moeder.
“Al die tijd dacht ik dat jullie een droom waren geweest,” zei hij. “Maar nu weet ik dat het écht was. En nu weet ik wat ik wil, Cathelijne. Ik wil met jou trouwen, met niemand anders.”
De prins nam zijn bruid mee naar huis en de koning en koningin waren zo blij dat hij weer gelukkig was, dat ze besloten het goed te vinden. Al gauw werd prins Frederik de koning van het land en nadat hij met Cathelijne was getrouwd, mochten zij in het paleis blijven wonen. Er waren nog steeds wel diners en feesten in het paleis, maar koning Frederik en koningin Cathelijne waren ook veel in de tuin. Op dag soort dagen droeg de koningin haar oude tuinbroek en de koning een overall en dan nodigden ze alle kinderen uit de buurt uit om in de tuin te komen werken en spelen. Op mooie zomerdagen werd er gezwommen in de vijver en gebarbecued op het terras. Maar als de zon onderging… dan vertrokken de gasten en zaten Frederik en Cathelijne samen uren lang op hun schommelbank in het park en keken naar de sterren. Dan vertelden ze elkaar hoeveel ze van elkaar hielden en hoe fijn het was om vrienden te zijn. En ze leefden nog lang… en gelukkig.



17 reacties

    • Leuk om te horen! Ik heb er ook al zin in. Kan mijn ziel en zaligheid erin leggen op deze leeftijd 🙂 Ben benieuwd of dat nog zo is als ze straks twaalf wordt…

  1. *Zwijmel*

    Prachtig, LaVi!!! Wat houd jij leuke verjaardagsfeestjes voor je kinderen. Super! En bedankt dat wij er zo ook van mee mogen genieten!! 😉

    En ik vind dat prins Frederik hier helemaal gelijk heeft vwb hetgeen zijn weggegeven hart miste… Prachtig verwoord 🙂

    • Dank je! Valt op zich wel mee hoor, maar vorig jaar kreeg ik ineens het idee een verhaal in de speurtocht te verwerken en dat beviel heel goed. Ze zaten allemaal doodstil te luisteren, en dat voor een clubje van zeven meiden die vijf en zes jaar waren (toen). Het feit dat er eentje was die het nu nog wist en de moeite vond te vragen of er weer een verhaal kwam, was een hele leuke verrassing. En toen dacht ik: die houden we erin. Grappige was dat bleek dat mijn zusje exact hetzelfde gedaan heeft bij het feestje van het zoontje een vriendin, die alleenstaande moeder is. Zit misschien toch in de familie, die verhalen 😉
      Ja, dat heeft hij mooi verwoord hè! Vond ik ook!


    • Heh. Dank voor de reminder. =D

      Een waardig verhaal! Tjonge, wat is dit smullen, zeg!
      Helemaal in stijl en prachtig en diep van inhoud. =)

      Twee typfoutjes gespot:
      Eerste zin: “leefde” -> “leefden”
      Bijna aan het eind: “Op dag soort dagen…”

      Heel leuk gedaan, dit. =)

      Vertel je nog even hoe het gegaan is, en hoe de kinderen het feest vonden? =)

    • Dank je! Waardig verhaal? *bloos*
      Tja, die foutjes waren te wijden aan het feit dat ik het in een half uur geschreven heb. Ik had ze er in het oorspronkelijke verhaal al uitgehaald. Goed gezien 😉
      De meiden vonden het leuk, ze hadden al friet mét op hun bord toen het tweede deel gelezen werd en normaal is een maaltijd met zeven meiden zelden een stille maaltijd, maar nu was het doodstil. Erg leuk!


    • Ma: “En? Hoe was het feestje bij MdB?”
      Kiddo: “Leuk!”
      Ma: “Wat hebben jullie gedaan?”
      Kiddo: “Muisstil patat gegeten.”
      Ma: =?

      =D

  2. Vraagje, LaVi: heb net een collega dit verhaal laten lezen… Hij vond 'm prachtig! En heel knap dat je zoiets zelf kan schrijven, lukt hem nooit, zei hij, haha.

    De vraag nu is of je wellicht ook zo'n verhaal geschreven hebt voor jongens. Stoer detective-verhaal of zo 🙂 Voor komende zaterdag voor het feestje van zijn zoontje.

  3. Oeh, dat is wel heel kort dag… en ik ben aan het denken, maar volgens mij heb ik zoiets niet voor jongens…

    Maar wel een leuk compliment 🙂
    Misschien het verhaal dat ik het jaar ervoor gedaan had voor Marliekes verjaardag, met die Elvenschat. Maar of ik dat nog ergens heb???

  4. Neeeeej, je hoeft het niet te gaan schrijven, joh!!!

    Misschien dat je nog zo'n verhaal had liggen. Dan was het leuk geweest, maar nu geen werk van maken, hoor!!

     

    Dat compliment mag je sws in je zak steken. Vijf collega's helemaal stil tijdens de middagpauze. En geloof me, docenten krijg je niet zó gauw stil tijdens een pauze, hahaha 😉

 
|

Geef een reactie