Onze zonderlinge taal
Door:

Categorie:
Geplaatst op | Bijgewerkt: 16 maart 2018 om 20:39 uur.
Woorden: 1400 | Leestijd: circa 6 min.
|

The Lounge Onze zonderlinge taal

Dit onderwerp bevat 4 reacties, heeft 3 stemmen, en is het laatst gewijzigd door  Yvonne48 4 uur, 1 minuut geleden.

5 berichten aan het bekijken - 1 tot 5 (van in totaal 5)
  • Auteur
    Berichten
  • #24054

    EsQuizzy
    Bijdrager

    Een gedicht dat ik al uit mijn kindertijd ken.
    Met enig creatief zoeken valt het nog wel online te vinden, maar ik weet zo de oorsprong ervan niet.
    Dus: auteur vooralsnog onbekend. =)

    Ik zie mijn vader nog, terwijl hij dit kunststukje voorlas tijdens een familiefeest. =)

    Hoe zonderling is de Nederlandse taal?
    Ze stelt aan verbeelding perk noch paal.
    Het meervoud van slot, dat heet nu wel sloten.
    Maar toch is het meervoud van pot niet poten.
    Evenzo zegt men één vat en twee vaten.
    Maar nooit zal men zeggen één kat en twee katen.
    Wie gisteren ging vliegen, zegt heden: ik vloog.
    Dus zegt u misschien ook voor wiegen: ik woog?
    O nee, want ik woog is afkomstig van wegen.
    Maar, is nu: ik voog een vervoeging van vegen?
    En dan het woord zoeken vervoegd met ik zocht.
    Hoort dan bij vloeken wellicht ook: ik vlocht?
    Alweer mis, want dit is afkomstig van vlechten.
    Maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten.
    Bij roepen hoort riep, bij snoepen echter geen sniep.
    Bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep.
    Al evenmin hoort bij slopen, ik sliep.
    Want dit is afkomstig van ’t schone woord slapen.
    Maar zet nu weer niet: ik riep bij het woord rapen,
    want dat komt van roepen en u ziet terstond,
    zo draaien we vrolijk een cirkeltje rond.
    Nog talloos veel voorbeelden kunnen we geven,
    want bij gaf hoort geven, maar bij laf niet leven.
    Men zegt wel bij drinken: ik heb veel gedronken,
    maar wie hinken moet, zegt nooit: wat heb ik gehonken.
    Het is ik eet en ik at; niet ik weet en ik wat, maar:
    ik weet en ik wist (zo vervoegde men dat).
    Het volgende voorbeeld is bijna te bont.
    Bij slaan hoort: ik sloeg, en niet ik sling of ik slond.
    Bij gaan hoort: ik ging, en niet ik gong of ik gond.
    Bij staan niet ik stoeg of ik sting, maar ik stond.
    We gaan ermee stoppen met deze onzin,
    die toch gewis van onvervalst Nederlandse oorsprong is.
    Ik vergeet warempel nog een zeer instructief zoölogisch exempel.
    Een mannetjes kat noemt men doorgaans een kater.
    Hoe noem je dan een mannetjes rat? Soms een… rater?

    =D

    #24055

    EsQuizzy
    Bijdrager

    =)

    #24062

    Anne
    Bijdrager

    Haha… Soortgelijk gedicht komt mij ook wel bekend voor.

    Enne.. haha… voog en sting zijn toch wel bekende verleden tijden voor mij. 😀

    #24078

    EsQuizzy
    Bijdrager

    Hihi, prettig dat je je in dit gedicht kunt vinden, Anne. =D

    #30124

    Yvonne48
    Bijdrager

    Ik vind hem echt gaaf!

  • Auteur
    Berichten
  • #24054

    EsQuizzy
    Bijdrager
    • Offline

    Een gedicht dat ik al uit mijn kindertijd ken.
    Met enig creatief zoeken valt het nog wel online te vinden, maar ik weet zo de oorsprong ervan niet.
    Dus: auteur vooralsnog onbekend. =)

    Ik zie mijn vader nog, terwijl hij dit kunststukje voorlas tijdens een familiefeest. =)

    Hoe zonderling is de Nederlandse taal?
    Ze stelt aan verbeelding perk noch paal.
    Het meervoud van slot, dat heet nu wel sloten.
    Maar toch is het meervoud van pot niet poten.
    Evenzo zegt men één vat en twee vaten.
    Maar nooit zal men zeggen één kat en twee katen.
    Wie gisteren ging vliegen, zegt heden: ik vloog.
    Dus zegt u misschien ook voor wiegen: ik woog?
    O nee, want ik woog is afkomstig van wegen.
    Maar, is nu: ik voog een vervoeging van vegen?
    En dan het woord zoeken vervoegd met ik zocht.
    Hoort dan bij vloeken wellicht ook: ik vlocht?
    Alweer mis, want dit is afkomstig van vlechten.
    Maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten.
    Bij roepen hoort riep, bij snoepen echter geen sniep.
    Bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep.
    Al evenmin hoort bij slopen, ik sliep.
    Want dit is afkomstig van ’t schone woord slapen.
    Maar zet nu weer niet: ik riep bij het woord rapen,
    want dat komt van roepen en u ziet terstond,
    zo draaien we vrolijk een cirkeltje rond.
    Nog talloos veel voorbeelden kunnen we geven,
    want bij gaf hoort geven, maar bij laf niet leven.
    Men zegt wel bij drinken: ik heb veel gedronken,
    maar wie hinken moet, zegt nooit: wat heb ik gehonken.
    Het is ik eet en ik at; niet ik weet en ik wat, maar:
    ik weet en ik wist (zo vervoegde men dat).
    Het volgende voorbeeld is bijna te bont.
    Bij slaan hoort: ik sloeg, en niet ik sling of ik slond.
    Bij gaan hoort: ik ging, en niet ik gong of ik gond.
    Bij staan niet ik stoeg of ik sting, maar ik stond.
    We gaan ermee stoppen met deze onzin,
    die toch gewis van onvervalst Nederlandse oorsprong is.
    Ik vergeet warempel nog een zeer instructief zoölogisch exempel.
    Een mannetjes kat noemt men doorgaans een kater.
    Hoe noem je dan een mannetjes rat? Soms een… rater?

    =D

    #24055

    EsQuizzy
    Bijdrager
    • Offline

    =)

    #24062

    Anne
    Bijdrager
    • Offline

    Haha… Soortgelijk gedicht komt mij ook wel bekend voor.

    Enne.. haha… voog en sting zijn toch wel bekende verleden tijden voor mij. 😀

    #24078

    EsQuizzy
    Bijdrager
    • Offline

    Hihi, prettig dat je je in dit gedicht kunt vinden, Anne. =D

    #30124

    Yvonne48
    Bijdrager
    • Offline

    Ik vind hem echt gaaf!

5 berichten aan het bekijken - 1 tot 5 (van in totaal 5)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.