Door:

Categorie:
Geplaatst op 28 september 2018 | Bijgewerkt: 28 september 2018 om 13:16 uur.
Woorden: 719 | Leestijd: circa 3 min.

De dagen die volgden, gingen als een droom aan Beara voorbij. Het was haar taak ervoor te zorgen dat iedere patrouille die op stap ging goed gevoed en bevoorraad was. Tegelijkertijd moest er voor iedere groep die weer terugkwam genoeg te eten en te drinken klaarstaan. Ze had haar handen vol aan het werk, dat voor haar gevoel dag en nacht doorging. Zo af en toe kon ze zich even terugtrekken. Faramir had in een hoek van de grot een kleine holte met geitevellen afgeschermd. Hier kon ze slapen, zich wassen en verkleden zonder dat de ogen van een paar honderd mannen op haar gericht waren.

Arthad ontpopte zich tot een echte kameraad. Zijn jeugdige enthousiasme bracht keer op keer een glimlach op Beara’s gezicht. Toch moest ze moeite doen om niet jaloers te zijn als hij wel op verkenning mocht, terwijl zij achterbleef.
‘Je bent er toch bij, nu?’, vroeg de jongeman verbaasd toen ze hier een keer over mopperde. ‘Heus, niemand onderschat jouw hulp hier, ik denk dat iedereen blij is met een vrouwenhand in de veldkeuken.’ Hij ving handig een houten nap op die van een plank dreigde te vallen.
Beara schokschouderde. Lag daar nou niet net het probleem?
‘Ik wil niet die vrouwenhand in een mannengroep zijn.’
Arthad moest lachen. Plagerig pakte hij haar hand beet en bekeek hem nauwkeurig. ‘Dan zal je eerst wat meer haargroei moeten hebben.’ Een moment later keek hij alweer ernstig. ‘Maar waarom vind je het zo erg dan? Ik moet er niet aan denken dat mijn moeder of mijn zusje hier zou rondlopen.’
Beara keek van hem weg. Een ongemakkelijk gevoel van schaamte bekroop haar. Ze pakte een mes en begon hompen brood af te snijden.
‘Ergens heb ik denk ik altijd gehoopt en gedacht dat er een moment zou komen waarop ik mijn moed kon tonen,’ begon ze aarzelend. ‘Een moment waarop ik kon bewijzen dat ik mijn… nou ja, mijn mannetje sta als het nodig is. Maar wees nou eerlijk… diep vanbinnen ziet Kapitein Faramir mij alleen maar als ballast. Ik ben erbij, maar ik hoor er niet bij. Ik ben niet één van jullie. Ik sta ernaast.’
‘Ik ben anders maar wat blij dat jij anders bent dan de anderen.’ Arthad pakte een paar wilgentenen manden en vulde die met het brood. ‘Met jou kan ik beter praten. Net of ik gewoon weer even bij mijn zusje ben… Stel je voor, dat jouw moeder net zo zou denken als jijzelf! Zie je dat voor je? Ik moet er echt niet aan denken dat mijn moeder het leger in zou gaan. Ons huis zou geen thuis meer zijn, als zij er niet was. En papa zou zijn werk niet meer kunnen doen als hij niet zeker wist dat zij op de achtergrond de touwtjes in handen had.’
‘De achtergrond ja… altijd de achtergrond…’ sputterde Beara. Ze pakte een zak met gedroogd fruit en schudde dat in schalen die hij had klaargezet.
‘Maar toch snap ik iets niet. De mannen zeggen dat jij ooit heer Boromir mocht dienen, toch?’
‘Hmhm.’
‘Haalde je daar geen eer uit dan? Ik geloof dat ik ontzettend trots zou zijn als ik hem had mogen dienen. Als ik bijvoorbeeld zijn wapendrager had mogen worden.’ Hij sprong ineens rechtop in de houding en hield een denkbeeldig zwaard vast. ‘Maar denk je dat een wapendrager ooit met het zwaard van zijn meester mag vechten? Echt niet. Hij staat er alleen maar bij, hij staat ernaast en dient zijn heer. En toch is hij trots op zijn positie, want hij weet dat zijn meester hem kan vertrouwen. Toen jij er nog niet was, moest ik alles in de veldkeuken doen. Maar ik wist dat het belangrijk was, want als de mannen niet goed eten, kunnen ze ook niet goed vechten. Door mijn best te doen en hard te werken, kan ik mijn steentje bijdragen.’
‘En toch heb jij makkelijk praten. Want jij wist dat je uiteindelijk zou doorgroeien naar het betere werk. Voor mij is er weinig ruimte om door te groeien.’
‘Je ziet het echt niet hè.’
‘Wat niet?’
Arthad schudde zijn hoofd. ‘Laat maar. Als het nou nog niet duidelijk is, dan weet ik het ook niet meer.’
‘Wat?’
‘Kom, we ze zetten de tafels al klaar. Het is tijd om te eten.’



9 reacties

  1. Ik geloof dat ik maanden terug al aan deze post begonnen was. Hij moest maar eens af. Het is maar een korte, maar toch weer eentje verder. En nu kom ik aan een stuk waarvoor ik veel leeswerk te doen heb, maar de betreffende boeken zitten in een doos, haha!

  2. Hee leuk, een nieuwe Beara! 

    Hm. Ja, ik geloof dat ik wel begrijp waarom zij het niet helemaal vanuit zijn perspectief kan zien… 

    LOTR zit in dozen? Ik ben hem fijn aan het lezen! Als ik iets op moet zoeken voor je? 

    O ja, en ik heb een pdf van de Engelse. Mailen? =)

  3. Mooie dialoog, beeldend ook met die wilgentenen manden en die nap. 

    En: ik vind het mooi hoe Arthad het verhaal in het juiste evenwicht probeert te trekken. Want, om eerlijk te zijn: soms heb ik echt eventjes genoeg van die (historische) verhalen waarin een ontevreden vrouw zich (op een irrealistische manier) vrijvecht uit de alledaagsheid van haar bestaan. Alsof onze 21e eeuwse denkbeelden worden geprojecteerd op een figuurtje uit de Middeleeuwen…

    Goed, tot zover mijn persoonlijke frustratie die ik heb na het lezen van sommige historische romans… .

    In elk geval vind ik dat je Arthad hier wijze woorden laat spreken én dat je Beara realistisch neerzet!

  4. Dank voor jullie reacties! Leuk om te horen, Anne! Ik heb bij de dialoog geprobeerd te denken aan onze lessen 😉 Maar ook wel dat beeldende ertussen inderdaad. Er is een verschil tussen twee mensen die face to face met elkaar praten of twee mensen die al doende praten. Dat laatste was hier het geval. 
    Ook leuk jouw mening te horen over die historische heldinnen 😀 Ik vind het wel leuk om in dit verhaal beide kanten te (kunnen) belichten. En welke rol Beara daarin gaat spelen… dat ga je nog ontdekken 🙂

    EsQuizzy: oh, ik zou graag een PDF-versie van boek 2 hebben! Ik gebruikte thuis ook vaak de Engelse versie, want de Nederlandse ligt meestal ergens bij onze oudste op de kamer. Ik moet het stuk over de ontmoeting met Frodo en Sam nog even goed gaan lezen… 

 

Geef een reactie